Groep 1-2

Kleuters leren door na te doen en te spelen. Wij kiezen er dan ook bewust voor om in de onderbouw 1 via spel en spelend werken de kinderen te helpen zich te ontwikkelen. Dat gebeurt in de verschillende hoeken: bouwhoek, poppenhoek, constructiehoek, knutselhoek en de themahoek.

In de themahoek gaat het telkens over iets anders. De herfst bijvoorbeeld of de douche. Voor de kinderen is dit een plek om spelend kennis te maken met de voorwerpen die bij het thema horen. In de douche bevindt zich een echte doucheslang met sproeikop (zonder water, dat wel), een zeepbakje, shampooflessen, een washandje enzovoort. Spelend wordt het echte leven nagebootst en leren de kinderen de woordenschat die erbij hoort.   

Door geregeld met de kinderen mee te spelen, leert de juf hen ook de verschillende lichaamsdelen te benoemen: je buik wassen, je tanden poetsen, zalf op je gezicht smeren. Zo verrijken we voortdurend de taal die de kinderen nodig hebben om zich verstaanbaar te maken, hun gevoelens te uiten en met anderen te communiceren.

Alle activiteiten starten in onderbouw 1 in de kring. Vanuit de kring werken de kinderen in de hoeken met allerhande spel- en ontwikkelingsmateriaal. Alleen of in groepjes. Ook leren ze taken en taakjes uit te voeren. Naarmate ze ouder worden, worden dat er meer en wordt het moeilijker. In de kring vinden ook verschillende taalactiviteiten plaats, maar er wordt ook gezongen, verteld of probleempjes besproken. De ochtend of middag eindigt altijd in de kring.

Omdat voor jonge kinderen bewegen heel belangrijk is, wordt er elke dag buiten gespeeld. Maar ook in de speelzaal vinden spel- en bewegingsactiviteiten plaats.